Diksmuide

 

Diksmuide aan de IJzerstroom, situeert zich midden in de Vlaamse Westhoek, een bestemming vol pure verwondering.

Lakenweverij en boterproducten verrijkten lange tijd de stad Diksmuide aan de IJzer. Daardoor ontdek je ook veel pittoreske hoekjes en het verrassende erfgoed tijdens de Stadslinkwandeling door het oude historische centrum, zoals de markt met zijn Manneke uit de Mane en het Stadhuis, het Begijnhof, de Vismarkt, de Sint-Niklaaskerk, de Kleine en Grote Dijk, de oude Bloemmolens en de jachthaven Portus Dixmuda. Talrijke monumenten, begraafplaatsen en loopgraven herinneren ons echter ook aan de gruwel van de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. In de Dodengang en de IJzertoren komt het front weer tot leven en de beelden van het Treurend Ouderpaar brengen de vredesboodschap uit. In de directe omgeving nodigen eindeloze vergezichten dan weer uit tot wandelen, fietsen of een tochtje op de IJzer. Je komt door charmante dorpskernen, de open ruimte en beschermde natuurgebieden.  Je maakt kennis met de creativiteit en innovaties op eeuwenoude hoeves. De gezonde lucht brengt uiteraard rust, maar ook levensgenieters ontdekken hier al vlug een streekspecialiteit of laten zich verwennen door de gezelligheid, en dit zeker tijdens één van de vele evenementen. In Diksmuide overnachten kan zowel 'op de buiten' als in het gezellige stadsmidden, op de camping of in sterrenhotels, op de boerderij of een streekeigen gastenkamer met ontbijt. Kortom: Diksmuide, op 15 km van de duinen en het Noordzeestrand, dat is "leerrijk genieten" tijdens uw uitstap of korte vakantie, zowel in groep, met de familie, met zijn tweetjes of alleen.

Alvast welkom in de Boterstad Diksmuide en in de Westhoek!!!

 

Stadhuis

Het stadhuis, dat in de loop der eeuwen herhaaldelijk werd uitgebreid en verbouwd, viel in 1875 ten prooi aan de slopershamer. Wel bleven de twee zijgebouwen behouden: rechts het gevangenisgedeelte uit 1634 met trapgevel, links een barokgevel uit 1730. Tussen die twee vleugels kwam er een gloednieuw raadhuis in een rijzige neo-hooggotiek, met imposant belfort. In 1914 vestigde kolonel Jacques, die later een standbeeld op de Grote Markt kreeg, zijn hoofdkwartier in het stadhuis. Het gebouw werd herhaaldelijk getroffen door Duitse obussen en kreeg na de bezetting van de stad de genadeslag, toegebracht door geallieerd geschut. In het raam van de wederopbouw, ontwierp architect V. Vaerwyck in samenwerking met J. Viérin uit Brugge, een stadhuis in een mengsel van neogotiek en neorenaissance. In de voorgevel vormen muurankers tweemaal het jaartal 1923. Boven de deur ziet men de wapenschilden van stad en provincie, geflankeerd door twee beelden die de landbouw en de nijverheid voorstellen. De beiaard van het stadhuis hing tot 1914 in de St. Niklaaskerk. Pas na de wederopbouw werd de beiaard opgehangen in de beiaardtoren. Hij omvat 30 klokken. De andere huizen op het plein stammen eveneens uit dezelfde naoorlogse periode en sluiten zeer goed aan bij de architectuur van het stadhuis. Even werd overwogen "la ville martyre" niet meer op te bouwen, maar ernaast een geheel nieuwe stad uit de grond te stampen. Dit plan werd echter verworpen door het gemeentebestuur en vanaf 1919 herrees Diksmuide gestadig uit het puin. De Grote Markt werd heropgebouwd in een op de Renaissance geïnspireerde "vieux-neuf"-stijl.

 

 

Het Begijnhof

 

De Vlaamse Begijnhoven zijn een blijvende en unieke getuigenis van de middeleeuwse mystieke stroming in onze gewesten. Begijnen waren vrome en zelfstandige vrouwen die vanaf de 13de eeuw hier in gemeenschap kwamen leven. De nabijheid van de Stadsvaart en de Broeken stelde hen in staat de kost te verdienen met het wassen, bleken en bewerken van wol, laken en linnen, met het kweken van dieren en zelfs het brouwen van bier. Ook zieken verzorgen, kantklossen en hostiebrood bakken, behoorden tot hun activiteiten.

Onder het Franse bewind (eind 18e en begin 19e eeuw) richtte men ongeveer een derde in als gendarmekazerne.  Na de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 werd het Begijnhof heropgebouwd, maar de laatste Begijnen keerden niet meer terug. Het Begijnhof kreeg een sociale rol als rusthuis. In 1990 werd Het Begijnhof eigendom van de vzw De Lovie, centrum voor begeleiding van personen met verstandelijke handicap uit Poperinge. Sindsdien biedt Het Begijnhof huisvesting aan twintig volwassen mannen en vrouwen met verstandelijke handicap. Een frisse hedendaagse functie in de lijn van de eeuwenoude bestemming.  We zien in het Begijnhofstraatje ook enkele handgeschilderde geglazuurde tegels in Delftse kleuren. Gedurende WO I zamelde Nederland geld in voor de wederopbouw van verwoeste gewesten in België. Met dit geld bouwde de vzw 'Steun aan België' huizen voor oorlogsweduwen, werden bouwleningen gegeven, kapelletjes gebouwd,…

Restauratie dringt zich op en er komt een bezoekerscentrum, bijkomende knusse woongelegenheden en een als gastenlogies ingericht begijnenhuisje. Het Begijnhof van Diksmuide was finalist in de Monumentenstrijd 2007. Met de Monumentenprijs zal het Begijnhof reeds een belangrijk deel van de niet-gesubsidieerde kosten kunnen dekken. Van harte aan allen die voor het Begijnhof stemden!

 

PRAKTISCHE INFO

Het begijnhofplein, de kapel, de winkel en de tentoonstellingsruimte zijn van zonsopgang tot zonsondergang vrij toegankelijk voor het publiek. Het Huis van Juffrouw Sybille is een winkeltje van souvenirs, snuisterijen en kunstwerkjes, gemaakt door de bewoners van Het Begijnhof.  Open elke werkdag van 11u. tot 12u. en van 14u. tot 17u.

 

De Oude Bloemmolens

 

Vóór de Eerste Wereldoorlog stonden de bloemmolens aan de IJzer. Tot 1940 werd het puin van de vernielde bloemmolens als drukbezochte oorlogssite bewaard. De imposante nieuwe bloemmolens werden met oorlogsschadevergoeding op dit terrein opgetrokken.  Vanaf 1932 werden ze belangrijke werkgevers voor de zwaar geteisterde streek. De gerestaureerde bloemmolens blijven een attractie voor het oog en herbergen nog steeds de oude machines, die tot 1996 dienst deden. Het gebouw wacht op een nieuwe bestemming.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Italiëplein      Ter herinnering aan WO II

 

Naar aanleiding van het feit dat de stad Diksmuide, als enige Belgische stad, het groot Italiaans oorlogskruis kreeg – augustus 1922- als “citta heroica” (heldhaftige stad) en wel uit handen van de hertog van Aosta, die als gezant van Mussolini fungeerde, werd dit pleintje Italiëplein gedoopt. Op dit pleintje zien we een herdenkingsmonument, dat opgericht werd ter ere van de Bretoenen van het 241ste regiment, die in de meidagen van 1940 op Belgisch grondgebied sneuvelden. Boven het opschrift is het wapenschild van dit regiment aangebracht met volgende tekst: Tetus-Malins (hardnekkig –sluw) Op het plein vinden we een verzameling van herinneringsmonumentjes aan de Tweede Wereldoorlog . Monument voor Bretoenen van het 241e infanterieregiment gesneuveld op Belgisch grondgebied. Hulde aan de XII Canadese Manitoba dragoons die onder de leiding van GN. Maczek op 7 september 1944 Diksmuide bevrijdden. Gedenksteen voor Maurice Cornette gestorven (27-03-1945) in het concentratiekamp van Recklinghausen Gedenkplaat voor politieke gevangenen overleden in nazi-concentratiekampen.

Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme

 

Grote Markt

Dit marktplein werd in het tweede kwart van de 13de eeuw in gebruik genomen, toen het eerste 11de-eeuwse marktplein, de huidige vismarkt, te klein werd voor de groeiende verkoop. In 1406 verkreeg Diksmuide het recht om in juli een ‘Vrije Jaarmarkt’ te organiseren. Diverse kooplui kwamen van heinde en verre om hun koopwaar drie dagen lang aan te bieden. Aan de westkant van de markt verhandelden kooplui en landbouwers eeuwenlang grote hoeveelheden boter en kaas op de wekelijkse maandagmarkt. De stadsrekening uit 1581-1582 vermeldt dat er 8.936 grote kuipen boter op de markt werden verkocht. In 1928 werden nog de nieuwe Boterhallen gebouwd, maar nu herinneren alleen nog de Boter- en Kaasfeesten op pinkstermaandag aan deze drukke handelsactiviteit van weleer. Toch blijft Diksmuide alom gekend als de Boterstad.

Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme

Het Manneke uit de Mane

 

Het ‘Manneke uit de Mane’ staat symbool voor de Vlaamse humor.  Jaarlijks neemt de ‘Orde van het Manneke uit de Mane’ verdienstelijke West-Vlamingen als nieuwe ridders in haar orde op en verschijnt de ‘Almanak’, een leuk boekje met grappen, pittige verhalen en weersvoorspellingen, gekruid in het West Vlaams dialect.

 

Sint-Niklaaskerk

 

De nederzetting Diksmuide ontstond uit het naburige dorp Esen. De bevolkingsaangroei leidde tot de stichting van een nieuwe parochie en de bouw van een eigen Romaanse kapel. Deze nieuwe parochie werd zelfstandig tussen 1089 en 1110. Na de stadsbrand in 1333 werd de kapel omgebouwd tot een gotische hallenkerk. In augustus 1566 ontsnapte de kerk grotendeels aan de bedreigingen van rondtrekkende beeldenstormers. De Eerste Wereldoorlog herleidde de kerk echter tot een puinhoop. Het beroemde doksaal, de sacramentstoren, het koorgestoelte en de disbank ontsnapten niet aan de verwoesting. De kerk werd op 27 mei 1940 opnieuw getroffen door een zwaar luchtbombardement, waarna enkel nog de muren overeind bleven. De huidige kerk is een reconstructie van het gotische bedehuis met de sierlijke 18de-eeuwse torenspits.

 

Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme

 

Postgebouw

 

De Grauwe Broedersstraat heeft haar naam ontleend aan de stichting van het klooster van de Minderbroeders-Observanten in 1453. Dit klooster werd uitgebouwd oostwaarts de stad, buiten de vestingen, op de plaats ‘Noorduyt’. In 1578 vernielden de geuzen het volledige klooster en de O.L.Vrouwkapel. Vanaf 1584 vestigden de Broeders zich verplicht binnen de stadswallen, waar zij tot 1970 actief bleven. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) verbleef de Spaanse gouverneur of plaatscommandant in deze fraaie voormalige patriciërswoning. Na 1918 werd het pand vrij getrouw heropgebouwd, al kreeg de voorkant een bijkomende trapgevel en een typisch Vlaams-renaissance tabernakelvenster. Dit gebouw werd het Postkantoor en kreeg in 1989 als nieuw postverdeelcentrum een belangrijke uitbreiding.

 

Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme

 

De vismarkt

 

Water is altijd een belangrijk element geweest in het stedelijke landschap van Diksmuide. Diksmuide ontwikkelde zich aanvankelijk vooral nabij de Stadsvaart of Handzamevaart. Deze vaart had een dubbele rol: de stad van water voorzien ten behoeve van de inwoners,handel en industrie en de bevoorrading van de stadsgrachten. Tot het begin van de 18de eeuw was Diksmuide een omwalde stad, eerder palend aan de Handzamevaart dan aan de IJzer. Het drukke havenkwartier, met tal van schipperscafés en afspanningen, zoals ‘Den Papegaei’, met de bijhorende magazijnruimtes, was vooral gelegen ter hoogte van de Kleine en Grote Dijk. Sporen hiervan zijn nu nog te vinden in de kaaimuur met aanmeerringen en de laad- en lostrappen. De visvrouw “Jette” (Juliette Dekeyrel 1892-1973) is een bronzen herinnering en een eerbetoon aan de Diksmuidse vishandel.

 

Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Onze-Lieve-Vrouwhoekje in Diksmuide

 

Het Onze-Lieve-Vrouwhoekje is een beschermd oorlogsoord in de deelgemeente Stuivekenskerke.

 

KERKHOEK

De kerk van Stuivekenskerke stond vroeger op de zuidhoek van de gemeente, aan de Reigersvliet. De oude kerk was bouwvallig en werd in 1870 afgebroken. De westtoren, van 1572, moest nochtans blijven staan, als karakteristieke getuige van de regionale bouwstijl.

 

OUD-STUIVEKENSKERKE

De Kerkhoek, met de kerktoren en het kerkhof, kreeg de naam Oud-Stuivekenskerke. Ondertussen had de gemeente Stuivekenskerke een nieuwe kerk, meer centraal en op de plaats waar ze ook wederopgebouwd werd.

 

TORENRUÏNE

Gedurende de Slag aan de IJzer ( 18 - 31 oktober 1914) werd de toren van Oud-Stuivekenskerke door artilleriegranaten beschadigd. Na de onderwaterzetting (eind oktober 1914) stond hij met de omringende huizen op een eiland. In december 1914 richtte de artilleriewaarnemer reserveluitenand Edouard Lekeux er een observatiepost in. De toren werd verschillende malen door granaten geraakt en tot een puinhoop herschapen. Vanaf maart 1915 had luitenant Lekeux zijn observatiepost in de geveltop van de beschadigde hoeve ernaast. Hij bleef er tot in mei 1916, ondertussen was hij tot kapitein bevorderd.

 

GROTE WACHTPOST

Tijdens de Slag aan de IJzer had een Duits detachement Oud-Stuivekenskerke bereikt maar door de onderwaterzetting moest het terugtrekken. Vanaf 3 november 1914 werd hier een Belgische voorpost ingericht, vóór de frontlijn aan de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide.

Gedurende de stellingenoorlog werd die post geleidelijk uitgebreid tot een “grand’ garde”, een grote wachtpost. Dit was een geheel van posten in het geïnundeerde gebied tussen de IJzerdijk en de spoorwegberm. Hier was een compagnie infanterie opgesteld, met enkele mitrailleurs. De verbindingsswegen liepen over lange en glibberige loopbruggen. In de grote wachtpost waren geregeld verliezen: door beschietingen, door het vuur van mitrailleurs en scherpschutters, bij acties van patrouilles, bij de bevoorrading en aflossing. Het was er altijd gevaarlijk, het leven was er hard en ongezond.

 

SLEUTELPOSITIE

De grote wachtpost Oud-Stuivekenskerke had een belangrijke plaats in de Belgische verdediging. Hij lag meer dan een kilometer voor de frontlijn en op een kleine verhevenheid in het vlakke landschap, hij kon een ruim deel van het front en van het niemandsland waarnemen en onder vuur houden. “Oud-Stuv” bewaakte de Duitse posten op de westelijke oever van de IJzer en zorgde voor de verbinding met de grote wachtpost Reigersvliet, bij de puinhopen van de hoeve met die naam. Hij beschermde ook de linkerflank van de sector Kaaskerke, vlak tegen de IJzer.

 

BUNKER

In 1916 kregen de loopbruggen een betonnen scherm. In de torenruïne bouwde de genie een betonnen bunker voor een mitrailleur- en observatiepost, met daaronder een schuilplaats. Naast de puinhopen van de hoeve kwamen twee betonnen schuilplaatsen: één voor de commandopost en één voor de hulppost.

In 1917 was deze grote wachtpost een complex van posten en postjes, loopgraven en verbindingsgangen, prikkeldraadversperringen en loopbruggen.

 

GEVECHTEN BIJ DE REIGERSVLIET

In maart 1918 verdedigde de Cavaleriedivisie de sector Oud-Stuivekenskerke: een stuk van twee kilometer aan de spoorweg, met daarvóór twee grote wachtposten ten oosten van de Reigersvliet. In het noorden Reigersvliet, in het zuiden Oud-Stuivekenskerke. In de morgen van 6 maart 1918 werden beide grote wachtposten beschoten en daarna aangevallen. Bij de Reigersvliet moesten de verdedigers wijken maar de aangekomen versterking kon de verloren posten heroveren. Bij Oud-Stuivekenskerke konden de mitrailleurs van het Tweede Bataljon Karabiniers-Wielrijders de Duitse aanval breken. In de morgen van 18 maart 1918 kwam een nieuwe dubbele aanval. Bij Reigersvliet konden de verdedigers standhouden, een tegenaanval door het Vijfde Regiment Lansiers kon de grote wachtpost ontzetten. Bij Oud-Stuivekenskerke moest de opgestelde compagnie van het Eerste Bataljon karabiniers-Wielrijders wijken tot aan de post bij De Smis,, een andere compagnie van hetzelfde bataljon kon tegen de middag de verloren posten heroveren.

 

OORLOGOORD

In 1922 kwam de torenruïne op de lijst van 25 te behouden oorlogsoorden, zoals ook de Dodengang met de Cavalier. De Belgische Touring Club richtte er in die tijd een demarcatiepaal op: een kleine zuil die aanduidt waar de Duitse opmars gestopt werd.

 

GEDENKKAPEL

Kapitein-commandant Lekeux keerde in april 1919 terug naar het klooster waar hij vóór de oorlog novice was. In 1920 werd hij pater Martial. De franciscaan ijverde voor de bouw van een gedenkkapel in Oud-Stuivekenskerke.

In 1925 werd de kapel ingewijd en meteen toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de Zege.

 

ONZE-LIEVE-VROUWHOEKJE

De site van Oud-Stuivekenskerke verwierf een nieuwe naam. Vanaf 1954 ijveren “De Vrienden van het O.L.Vrouwhoekje” voor het onderhoud van het oorlogsoord.  In 1959 was de site als landschap gerangschikt, met inbegrip van “het puin van de beschoten kerktoren”. In 1961 werd de torenruïne geconsolideerd, op het platform kwam een bronzen oriëntatietafel. Sinds 1993 is de torenruïne als monument erkend.

 

GEDENKTEKENS EN GEDENKPLATEN

Links en rechts van de kapel staat een monument: van het Vijfde Regiment Lansiers en van de twee bataljons karabiniers-Wielrijders. In de periode 1955 - ‘66 werden rondom de kapel 41 gedenkzuiltjes opgericht. Ze herinneren aan ingezette eenheden (b.v. regimenten) uit de verschillende divisies. Naast de gedenkplaten in de kapel zijn er de twee aan de torenruïne: de bronzen voor artillerie-officier en pater Lekeux, de stenen voor korporaal Georges Mardaga.

 

 

IJzertoren

Op wandelafstand van de Grote Markt staan de Paxpoort, de IJzercrypte en de IJzertoren die samen een Europees Vredesdomein vormen. Deze toren herbergt sinds enkele jaren het nieuwe 22 verdiepingen tellende museum over Oorlog, Vrede en Vlaamse Ontvoogding. Een bezoek aan de IJzertoren is telkens opnieuw een verrijking! Origineel materiaal, uniformen en wapens, levensechte decors betrekken je in een supermodern, interactief gebeuren, waarbij je geconfronteerd wordt met de gruwel van toen. U proeft en beleeft er de sfeer van “Den Grooten Oorlog”, u ruikt er chloor- en -mosterdgas, voelt de angst middenin de bombardementen of loopgraven. Bovendien biedt de IJzertoren, met een hoogte van 84 meter, u een uitstekend zicht op Diksmuide en de Westhoek.  “Onder dak” en “1914-1918 - bij de beesten af’ zijn de recentste pakkende aanvullingen. Deze tentoonstellingen bieden een evocatie van het harde leven van de terugkerende vluchtelingen na de Oorlog 1914-1918 . U bezoekt onder andere een reconstructie van een authentieke noodwoning in een verwoest dorp. Kun je ook de paniek voorstellen bij een dier, dat zenuwachtig van het oorverdovende artilleriegebulder, gigantische lasten moet verslepen door een van god verlaten zompig slagveld waar granaatscherven rondvliegen?

                                 

IJzerfrontroute

Tijdens deze 79 km lange autoroute staat de Eerste Wereldoorlog centraal. De IJzerfrontroute start op de Grote Markt en leidt je langs de Paxpoort, IJzertoren en Dodengang. Daarna wordt via de oorlogsites van Stuivekenskerke en Ramskapelle naar Nieuwpoort gereden waar het Albert I-monument te bezichtigen is. Langs de IJzer rijd je vervolgens richting Keiem waar je de Belgische militaire begraafplaats zult terugvinden. Na Leke leidt de route naar Koekelare (Fransmansmuseum, Käthe Kollwitztoren) en vervolgens naar Vladslo met zijn Duitse Soldatenfriedhof. Via Werken en de vallei van de Handzamevaart wordt tenslotte opnieuw het uitgangspunt Diksmuide bereikt.

Thematische fietstocht Nooit meer Oorlog

‘Nooit meer oorlog’: 37 km door het slagveld van weleer met aandacht voor het strategisch belang van diverse oorlogssites, zoals de vroegere spoorwegberm tussen Diksmuide en Nieuwpoort, het Onze-Lieve-Vrouwhoekje, Stuivekenskerke en Tervaete. Ook de wereldberoemde beelden ‘Het Treurend Ouderpaar’ bevinden zich op het traject.

 

De Belgische Militaire Begraafplaats in Keiem is de rustplaats van 628 gesneuvelde jonge kerels van het 8ste en het 13de linieregiment.

 

Dodengang -  Ervaar oorlog & vrede

De Dodengang is wellicht de plaats waar men het best de Eerste Wereldoorlog kan aanvoelen. Gedurende vier jaar was de Dodengang een vooruitgeschoven loopgravenstelling van de Belgische verdediging aan de IJzer en werd er om iedere meter grond bitter gestreden. Het bezoekerscentrum van de Dodengang uit 2004 geeft u een duidelijk beeld van de beklemmende sfeer en de erbarmelijke omstandigheden die er heersten aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog.      Gratis toegang!

Belforttoren

Een min of meer losstaande belforttoren – symbool van middeleeuwse stedelijke ontvoogding – mocht volgens de architect bij de wederopbouw niet ontbreken. Het is een sobere, verankerde baksteenconstructie met door kordons geaccentueerde registers. Deze bouwtrant sluit trouwen nauw aan met die van het kerktorensilhouet.  Het was de befaamde Mechelse beiaardier Jef Denijn die op 27/10/1935 de nieuwe dertig klokken tellende beiaard in gebruik kwam nemen. Op 4/12/1999 werd het Diksmuidse belfort door de UNESCO opgenomen in de lijst van werelderfgoed.

Het stadhuiscomplex en de belforttoren werden op 24/11/1999 als monument beschermd.

Huize Rouzée

Op de hoek van de Wilgendijk en de Generaal Baron Jacquesstraat vinden we de mooie gevelpartij van ’t Oude Duinkerke, het vroegere Stedelijk Museum.In 2 witstenen cartouches staat te lezen:

  • Dit huis werd genaamd ’t Oud Duinkerke, door oorlogsgeweld vernield in de jaren 1915 en herbouwd 1922

  • Hier woonde Joseph Rouzee geneesheer 1894-1978

16e-19e eeuwse bronnen spreken enkel van het huis Duynkercke. Het adjectief oud werd er pas later aan toegevoegd. W. van Hille verwant aan de vroegere eigenaars schreef in zijn Supplément à l’histoire de la famille van Hille (1965) dat de naam ’t Oude Duinkerke afkomstig was van een voor Duinkerke gestrand vaartuig waarvan het gerecupereerde hout voor een gebouw op deze plaats gebruikt zou zijn. Het huis Duynkercke heeft al voor verscheidene doelen gediend, nl opeenvolgend als brouwerij, leerlooierij en zoutziederij. In 1803 verbouwde Johannes Verwilghen de woning tot een groot herenhuis, een notabele woning zoals het toen heette. Van 1753 tot 1875 was het pand Duynkercke in het bezit van de vooraanstaande familie Verwilgen. Na WOI werd het beschadigde huis weer opgebouwde door de toenmalige eigenaar Devos en werd het voortaan ’t Oud Duinkerke genoemd. In 1925 werd het huis verkocht aan dokter Joseph Karel Rouzée en werd het een dokterswoning. Na het overlijden van dokter Rouzée kwam het huis in bezit van Stad Diksmuide, die het inrichtte als stedelijk museum. Momenteel is dit museum gesloten voor het publiek.

 

 

Nederlands     français      Deutsch